De Pion 3 speelt in de 5e/6e klasse van de KNSB

1  Erik van Elven
 Imad Abou Dehn
2  Henk Alberts
3  Ad Bruijns
4  Peter Huijser
5  Jacques Smits
6  Bas Robben
7  Mark Mathon (TL)
8  Jan Rijkse
9  Kees van Hogeloon


Net als de vorige keer begonnen we enigszins gehandicapt aan de wedstrijd. We moesten het (wederom) stellen zonder Ad Bruijns, die met het 1e meespeelde, en zonder Henk Alberts, die inviel in het 2e. Marieke van Essen had het tijdens haar invalbeurt zo goed gedaan dat ze meteen doorgeschoven is naar het 2e, waar ze overigens opnieuw een sublieme prestatie wegzette. Theo Potjes speelde dit keer bij ons en zorgde ook meteen voor het vervoer, zodat we met twee Lexus-bolides (die van Theo en die van Jacques Smits) naar Dongen zoefden. We doen het niet voor minder!

Vooraf stond al vast dat we het tegen DSC 1 moeilijk zouden krijgen en de kans op een overwinning bijzonder klein was. Toch begonnen we met een opsteker. Mijn tegenstander speelde de opening wel erg ongelukkig, waardoor ik na een minuut of 10 spelen al straal gewonnen kwam te staan. Ik mepte het ene na het andere stuk van het bord af, joeg de witte koning zo ongeveer naar a8 en zette hem daar mat. Dat doet een mens goed...
Jan Rijkse kwam na de opening na een ongelukkig zetje beduidend minder te staan, maar nadat alle stukken werden afgeruild was het voordeel voor zijn tegenstander weg en hield hij het remise. Na 2 partijen 1½ punt. Zou er vandaag een verrassing inzitten?
Het antwoord: nee! Ineens sneuvelden de dappere strijders van het 3e bij bosjes. Theo Potjes werd met zijn rug tegen de muur gedrukt, kon zich nog een tijdje staande houden, maar toen kraakte zijn fort en ging de partij verloren. Peter Huijser had even goede hoop toen hij een pion won, maar de prijs voor die pion was hoog. Zijn stelling werd zienderogen slechter en ook hij ging eraan voor de moeite. Bij Bas Robben ontstond aan weerszijden een enorme chaos, waarin Bas zich aanvankelijk uitstekend staande hield. Eén van zijn pionnen sneuvelde, maar hij had nog wel wat spel... Totdat Bas een stuk wegblunderde en toen was het heel snel gedaan: 3½-1½ voor DSC.
Erik van Elven gaf heel lang goed tegenspel aan een tegenstander met een rating van 2136. Totdat een dame zich met veel verleidelijke charme Eriks stelling binnendrong en brutaalweg een pionnetje meejatte. Dat deed Erik aan het eind de das om en ook hij verloor. Mark Mathon wist het met wat moeite remise te houden, meer zat er echt niet in en vervolgens was het wachten op Jacques Smits.
Voor Jacques Smits zag het er het grootste deel van de middag heel slecht uit. Hij verloor 2 pionnen en leek rijp voor de slachtbank. Maar Jacques sputterde hard tegen, won een pionnetje terug en maakte het zijn tegenstander bijzonder lastig. Toen die tegenstander een stuk wegblunderde waren de winstkansen ineens voor Jacques, al moesten nog heel wat venijnige varianten met aanvallen op Jacques' koning en eeuwig schaak vermeden worden. Dat deed Jacques zeer kundig en met hele nauwkeurige zetjes nam hij langzamerhand het initiatief en de aanval over en sleepte hij het volle punt eruit. Eindstand 5-3; dat klinkt zo slecht nog niet tegen een team met gemiddeld 200 elopunten meer. Onze kansen om te winnen komen nog wel. Maar hopelijk kunnen we tegen die tijd wel over onze beste spelers beschikken...

DSC 1 - De Pion 3 5 - 3
Maarten van der Burght (2136) - Erik van Elven (1850) 1 - 0
Mark Maas (1876) - Bas Robben (1556) 1 - 0
Roelant Schoots (1983) - Jacques Smits (1581) 0 - 1 (!!!)
Pierre Mulders (1616) - Peter Huijser (1585) 1 - 0
Ivo de Ligt (1691) - Theo Potjes (1363) 1 - 0
Maarten de Kloe (1534) - Kees van Hogeloon (1510) 0 - 1
Xander Mahieu (1530) - Jan Rijkse (1556) ½ - ½
Ad Swinkels (1688) - Mark Mathon (1501) ½ - ½

 

De Pion 3 is gepromoveerd naar een hogere klasse en dat betekent dat we het dit seizoen een stuk moeilijker krijgen dan vorig seizoen. Maar hoe moeilijk dan wel? Dat was voor de wedstrijd tegen Drie Torens 2 nog onduidelijk, maar nu alle wedstrijden van de 1e ronde gespeeld zijn is duidelijk wat de gemiddelde rating van de teams is in die 1e ronde en dat zegt wat over de perspectieven voor dit seizoen. De gemiddeldes per team waren in ronde 1 als volgt:

HSC 2 - 1795
DSC 1 - 1748
Paardje 1 - 1712
De Drie Torens 2 - 1700
RDS 2 - 1653
De Pion 3 - 1601
Eindhoven 4 - 1569
De Stukkenjagers 5 - 1453

Zo slecht staan we er dus nog niet op. Alle kans om dit seizoen wat puntjes te halen en ons te handhaven. Kampioen zullen we uiteraard niet worden.
Onze tegenstander in de eerste ronde, De Drie Torens 2, speelde met 3 invallers en heeft op volle sterkte een gemiddelde rating van 1800. Daarmee zijn ze één van de kampioenskandidaten. Bij ons was Jacques Smits verhinderd en speelde Ad Bruijns mee met De Pion 1. Marieke van Essen viel bij ons in. Voor onze gemiddelde rating maakt dat weinig uit, want de rating van Marieke is maar net even lager dan die van Ad Bruijns.

Maar dan de wedstrijd zelf. Jan Rijkse speelde tegen jeugdspeler Alex Olree. Een paar jaar geleden kwamen we hem ook al eens tegen en hij werd toen keihard van het bord geveegd. Maar jeugdspelers ontwikkelen zich snel en nu was het andersom. In een open stelling kreeg Alex Olree de beste aanvalskansen en hij benutte die optimaal. Een dodelijke mataanval volgde en Jan Rijkse werd zo genadeloos in de pan gehakt.
Onze invalster Marieke van Essen zette de zaken weer recht. Ze won ergens een pionnetje, speelde het verder keurig uit en later in de partij won ze nog een paar pionnen en de kwaliteit. Overtuigende overwinning van Marieke. Maar snel kwamen we weer op achterstand. Mark Mathon maakte de stelling zo snel mogelijk zo gecompliceerd mogelijk, maar verloor zelf het overzicht. Hij had prachtige dingen in gedachten, maar dan moet je wel beginnen bij de eerste zet van de combinatie en niet bij de tweede. Hij vergat zijn paard, dat door een pion aangevallen stond, weg te halen, verloor dat dus en gaf er een zet later nog een extra stuk bij cadeau. Valse start voor onze teamcaptain, volgende keer beter. In de tussentijd had ik zelf remise aangenomen in een stelling waar geen van beiden meer winstperspectief meer had.
Daarmee stond het 1½-2½ en het zag er niet goed voor ons uit. Erik en Henk leken hard naar een remise op weg, Bas stond onder grote druk en heel gedrongen en Peter stond ronduit verloren. De tegenstander van Bas Robben zal bij sommige oudere spelers onder ons wel bekend zijn: Michel Montenegro. Hij heeft vroeger (heel vroeger) bij BSV gespeeld en was toen al een speler die schakers van ons niveau moeiteloos versloeg. Wel, hij is niet slechter geworden. Hij zette Bas Robben al vroeg in de partij met de rug tegen de muur, Bas wist nog best lang stand te houden, maar bezweek toch onder de grote druk. Hier en daar sneuvelde een pionnetje, Michel stoomde op met zijn vrijpionnen en Bas verloor.
Peter Huijser zag dat zijn tegenstander op de damevleugel een overmacht aan pionnen had en alles leek erop dat die pionnen vroeg of laat op zouden marcheren en hem de kop zouden gaan kosten. Maar Peter Huijser is een knokker. Hij knokte zich terug in de wedstrijd, strooide met dreigingen en pakte zijn pionnen weer terug, waarna het ineens weer alle kanten op kon gaan. Voor Peter ging het de goeie kant op. Hij wist zijn tegenstander zelfs gewoon mat te zetten. De zoveelste miraculeuze overwinning van Peter Huijser; hij grossiert erin.
De druk lag toen bij Erik van Elven en Henk Alberts. Eén van hen zou moeten winnen om een matchpunt binnen te halen. Maar bij beiden stond een potremisestelling op het bord. Erik van Elven probeerde in een eindspel met beiden 2 lopers en een hoop pionnen nog wel wat, maar moest toch berusten in een puntendeling. Henk Alberts had een toreneindspel op het bord met beiden een toren en 3 pionnen en zag geen enkele mogelijkheid meer op winst. Merkwaardig genoeg werd zijn remise-aanbod door de tegenstander geweigerd en pas na een uur lang op en neer schuiven met torens berustte hij in de onvermijdelijke remise. . Daarmee verloren we met minimaal verschil, al hadden we nooit echt uitzicht op meer. Ons spel geeft niettemin wel vertrouwen voor het komende seizoen en we zullen best nog wat punten pakken, al zal dat in de volgende wedstrijd (in Dongen tegen DSC 1) bijzonder lastig worden.

De Pion 3 - De Drie Torens 2  3½ - 4½ 
Erik van Elven (1850) - Jan Douwes (1979) ½ - ½
Henk Alberts (1608) - Daniël van Boxtel (1881) ½ - ½
Bas Robben (1556) - Michel Montenegro (1867) 0 - 1
Peter Huijser (1585) - Frank Schouten (1638) 1 - 0
Kees van Hogeloon (1510) - Pieter Priems (1756) ½ - ½
Marieke van Essen (1643) - Cemil Kaya (1488) 1 - 0
Mark Mathon (1501) - Jan Korevaar (1456) 0 - 1
Jan Rijkse (1556) - Alex Olree (1535) 0 - 1

 

 

De Pion 3 is er niet in geslaagd het kampioenschap binnen te halen. Tegen D4 werd het (met hangen en wurgen) 4-4, terwijl RSG met 5½-2½ van De Baronie  won. (Mede dankzij hun geweldige eerstebordspeler. Wie dat was? Zie Netstand!) Daardoor is RSG kampioen en spelen wij volgend seizoen weer vrolijk in die ontzettend leuke 6e klasse. 

Klasse 3E kent een krankzinnig competitieverloop. Iedereen is aan iedereen gewaagd en iedereen kan winnen of verliezen van iedereen. Alleen Staunton blijft achter en heeft alles verloren, maar dan wel steeds met klein verschil. Dus waarschuwde teamcaptain Mark Mathon, die tegen Staunton zelf niet meespeelde, ons vooraf om Staunton niet te onderschatten. Dat deden we niet, we wonnen met 5½-2½ en omdat de teams boven ons onderuit gingen zijn we nu ineens koploper. De nummer 7 (!) staat slechts 2 punten achter op ons! En als we de laatste ronde winnen van D4 is het niet eens zeker dat we ook kampioen zijn. Maar daarover zo dadelijk meer.

De wedstrijd in Etten-Leur tegen Staunton verliep van begin af aan voor ons van een leien dakje. Ze stonden kennelijk toch ook niet helemaal voor niks onderaan met 0 punten. Jan Rijkse won zo snel dat hij niet eens de kans kreeg om remise aan te bieden. Hij won al in de opening een stuk en zijn tegenstandster gaf kort daarop op. Tot Jans vreugde was er ter plaatse een rijk gevulde boekenkast, zodat hij de rest van de middag nog wel door kon komen .Henk Alberts stond een pion voor, maar belandde in een eindspel met ongelijke lopers en strandde in remise. Ad Bruijns had het lange tijd lastig en naar eigen zeggen werd zijn stelling bijeen gehouden door Supertape, gemaakt overigens in Etten-Leur. Zijn tegenstander kwam er niet doorheen en toen hij een paard wegblunderde won Ad zelfs nog. Peter Huijser speelde tegen de altijd onberekenbare Daniël Koopman, waarvan je nooit weet of hij je ineens verrast met een “truc uit de hoge hoed”. Dit keer vloerde Daniël niet zijn tegenstander met een truc, maar zichzelf: Peter won een stuk en haalde het punt daarna simpel binnen. Erik van Elven trof Jan Hendrikx, eveneens een speler die het graag agressief aanpakt. Jan offerde in de opening 3 pionnen, kreeg er een ijzersterke aanval voor terug en Erik werd gevloerd. Jan Hendrikx in topvorm!

Bas Robben had de middag van zijn leven. Hij pakte uit met een dame-offer, dat op straffe van mat niet aangenomen mocht worden door zijn tegenstander. Dat deed hij dan ook niet, maar Bas liet er een torenoffer op volgen en wist hij alsnog mat te forceren. Bas glunderde de hele middag nog van oor tot oor. Met de winst van Bas stonden we op 4½-1½ en waren de matchpunten binnen. Zelf leek ik ook al snel een makkelijke middag te hebben. Ik won een pion in de opening, stond gewoon lekker, maar gaf ineens op knullige manier de kwaliteit weg. Vervolgens werd de partij heel rommelig en chaotisch en profiteerde ik van een paar foutjes van mijn tegenstander. Ik won een stuk terug, ik won een toren en toen was het wel klaar. Punt binnen. Jacques Smits verloor een pionnetje, maar het toreneindspel leek nog wel kansen op een remise te bieden. Zijn tegenstander speelde het echter voortreffelijk uit en haalde de 2e winstpartij voor Staunton binnen.

 

Staunton – De Pion 3 2½ – 5½

 

Jan Hendrikx (1891) – Erik van Elven (1893) 0 – 1

Wiek van Leeuwen (1597) – Ad Bruijns (1640) 0 – 1

Cees van Gils (1726) – Henk Alberts (1607) ½ – ½

Maikel Merkies (1594) – Jacques Smits (1598) 1 – 0

Ad Speekenbrink (1643) – Bas Robben (1548) 0 – 1

Daniël Koopman (1455) – Peter Huijser (1575) 0 – 1

Tamara van Boxel (1188) – Jan Rijkse (1558) 0 – 1

Owen van Santen (1054) – Kees van Hogeloon (1530) 0 – 1

 

Met nog één ronde te spelen is dit nu de absurde spannende stand in onze klasse:

  1. De Pion 3 - 8 (27½)
  2. RSG - 8 (26½)
  3. De Raadsheer 2 – 7 (25½)
  4. CSV 2 - 7 (22½)
  5. D4 2 – 6 (26)
  6. De Baronie 4 – 6 (24½)
  7. Leiderdorp 3 – 6 (22½)
  8. Staunton – 0 (17)

 

In de laatste ronden spelen wij tegen D4 2 en RSG tegen De Baronie 4. Als wij winnen van D4 2 en RSG met groter verschil van De Baronie 4 dan is RSG alsnog kampioen. Maar het kan ook dat wij allebei verliezen en als De Raadsheer dan wint van Leiderdorp zijn zij kampioen. Maar het kan ook dat De Raadsheer verliest en als CSV dan wint van Staunton is CSV kampioen. En als De Pion, RSG, D4 en CSV allemaal verliezen dan is het kampioenschap voor D4. Tenzij D4 met klein verschil wint en De Baronie met groot verschil, dan is De Baronie kampioen. Kunt u het volgen?

 

De wedstrijd tussen De Pion 3 en De Baronie 4 had alles wat een wedstrijd in zich moet hebben. Een sportieve strijd, spanning tot de laatste minuut en, niet onbelangrijk, een goede afloop. Voor ons, althans...
Zoals je bij het schaatsen specialisten hebt op de sprint en specialisten op de lange afstand heb je ook in het schaken spelers die razendsnel klaar zijn en spelers van de lange adem. Jan Rijkse is een echte sprintspecialist. In een mum van tijd waren alle stukken afgeruild, werd tot remise besloten en waren daarmee zowel De Pion als De Baronie van de nul af. Ad Bruijns is normaal meer een speler van de lange adem, maar ook hij was voor zijn doen vroeg klaar. Door de verwikkelingen op mijn eigen bord heb ik niet goed kunnen zien wat er gebeurde, maar Ad won in ieder geval. Mark Mathon zag een scheurtje in het ijs over het hoofd en ging onderuit. Mark was druk bezig met het veroveren van een pion en was zo gefocust op die pion dat een ander stuk van hem even wat aandacht te kort kwam: zijn dame. Die stond een zet later ineens naast in plaats van op het bord en Mark gaf op. Ook Henk Alberts was vrij snel klaar. Hij veegde zijn tegenstander simpel van het bord en had een gemakkelijke middag.
Terwijl dat allemaal gebeurde was ik druk bezig om niet mat te gaan en geen dame te verliezen. Mijn tegenstander was volop in de aanval gegaan en het viel allemaal net te verdedigen, maar één zet verkeerd en het zou vreselijk voor me aflopen. Het was koordansen op het slappe koord, maar ik behield mijn evenwicht. Het kostte me de kwaliteit om de aanval definitief af te slaan, maar ik had er intussen wel twee pionnen voor teruggekregen. Omdat die pionnen niet al te gunstig stonden, accepteerde ik het remise-aanbod van mijn tegenstander gretig. We dachten allebei dat we slechter stonden, Fritz gaf ons achteraf beiden ongelijk en vond het een gelijkwaardige stelling.
Met een 3-2 voorsprong zag het er op de resterende borden redelijk gunstig uit, maar de winst hadden we zeker nog niet binnen. Bas en Erik stonden een pion voor, maar wel in stellingen die zeker niet makkelijk te winnen waren en Jacques moest zo te zien juist nog flink knokken om een halfje binnen te halen. Kortom: 4-4 was nog mogelijk. Tegen RSG zagen we immers ook een 4-1 voorsprong nog in 4-4 eindigen...
Bas Robben kwam inderdaad niet veel verder met zijn pluspion, kwam ook nog in tijdnood en moest genoegen nemen met remise. Bij Jacques Smits ging het evenwel crescendo. Hij stond een pion achter, won die terug, won er nog één bij en stond toen dus ineens een pion voor, die ook nog ging promoveren, waardoor zijn tegenstandster een stuk moest offeren om hem tegen te houden en in een gewonnen eindspel maakte Jacques geen fout en haalde het volle punt binnen: 4½-3½ en de winst was binnen voor ons. Al met al kunnen we Jacques Smits gerust de matchwinner van deze wedstrijd noemen! Erik van Elven nam vervolgens knarsetandend genoegen met remise: zijn pluspion bleek inderdaad niet genoeg voor winst en zijn tegenstander bleek een stuk taaier dan zijn Elo-rating deed vermoeden.

Omdat De Pion als eerste de uitslag had doorgegeven op Netstand waren we heel even koploper. Nadat de andere uitslagen waren binnengekomen bleek dat De Raadsheer 2 en CSV 2 nu 7 punten hadden en De Pion 3 en RSG nu beiden 6 punten. In de volgende ronde speelt De Raadsheer 2 tegen RSG en CSV 2 tegen De Baronie 4, terwijl wij op bezoek gaan bij hekkesluiter Staunton. Om kampioen te worden moeten we rekenen op de hulp van RSG en De Baronie 4; in de laatste ronde treffen onze concurrenten tegenstanders waar ze vermoedelijk geen punten tegen laten liggen. Het verschil tussen de nummer 1 en de nummer 7 is in onze klasse 3 punten. Spanning tot de laatste competitieronde lijkt gegarandeerd!

De Pion 3 - De Baronie 4 5 - 3

Erik van Elven (1893) - Bas Ligtenberg (1606) ½ - ½
Ad Bruijns (1640) - Sander de Smet (1611) 1 - 0
Henk Alberts (1607) - Frank van Duuren (1533) 1 - 0
Bas Robben (1548) - Zef Hendriks (1525) ½ - ½
Jacques Smits (1598) - Astrid Martens (1360) 1 - 0
Kees van Hogeloon (1530) - Willem van Kooten (1478) ½ - ½
Mark Mathon (1519) - Hein Groothuis (1413) 0 - 1
Jan Rijkse (1558) - Rob de Ruyter (1292) ½ - ½

 

Al wekenlang werd naar het treffen uitgekeken. RSG tegen De Pion 3. Een strijd op leven en dood om de macht in Roosendaal. Bloed vloeide... nou ja dat ook weer niet... Trots werd gekrenkt... dat wel... Het werd een klassiek Grieks drama tussen twee bevriende verenigingen.
RSG had al een probleem voor het treffen in de Veestallen begon. Ben Cartens, die ingepland was op bord 8, werd ziek en een vervanger moest ter elfder ure worden opgetrommeld. Die werd gevonden in Frans Jonkers, die wel net een nachtdienst achter de rug had. En dat was te merken. Hij werd kansloos van het bord geschoven door Peter Huijser.
Jan Rijkse en Hans Ravestein, al verschillende keren een koppel bij het Tweetallentoernooi, konden het niet over het hart verkrijgen elkaar pijn te doen aan het bord en dus werd het een vreedzame remise. Jacques Smits en Arco Schumacher hielden elkaar in evenwicht en ook hier was remise het resultaat.
Bij de partij tussen Frank Rockx en mij werd het hele centrum dichtgeschoven en viel alleen op de koningsvleugel nog wat te halen. Frank zette daar een aanval op, ik timmerde de boel dicht en meende op een remise af te koersen. Frank dacht daar anders over, vond dat hij straal gewonnen stond, probeerde net iets te veel te forceren... en verloor een paar cruciale pionnen, waarna ik de partij won. Erik van Elven en Marc Naalden speelde een partij met tegengestelde rochades; spektakel verzekerd en dat kwam er. Erik was eerder met zijn aanval en won en toen stond het zomaar 4-1 voor De Pion 3!
De fanclub van De Pion 3 werd uitzinnig van vreugde en zette de fanfare in. Schaken met een dweilorkest, het geeft wel sfeer... Maar de vreugde was wel erg voorbarig. Want we stonden wel met 4-1 voor, op de resterende borden hadden de Pionezen het stuk voor stuk bijzonder moeilijk.
Henk Alberts had tegen Ted van Eck al vroeg in de partij een pion verloren, won hem later weer terug, maar bleef wel wat minder staan en toen Ted ook nog eens een stuk won was het einde verhaal voor Henk. Ad Bruijns wist lang stand te houden tegen Bo de Veth, maar Bo drukte Ad langzaam in de verdediging, zijn stukken kwamen stuk voor stuk actiever te staan, hij won een pion en ook de partij. Subtiel en dodelijk efficiënt gespeeld door Bo.
Bas Robben had het lastig tegen pa de Veth. Een witte pion op h7 bond de zwarte dame aan het veld h8 en dat was voor Bas een blok aan het been. Maar het tij keerde voor Bas. Bas won een stuk tegen 2 pionnen, maakte de pion op h7 onschadelijk en leek zowaar op winst af te koersen. Christ zocht de tegenaanval en Bas liet zich verrassen en zich volkomen onnodig mat zetten. En daarmee glipte de winst op RSG door onze vingers. Een dramatisch slot van, jawel, een echt Grieks drama. De broedertwist werd daarmee geen broedermoord, maar een broederlijke deling van de punten. Waar nog lang over nagepraat zal worden...

RSG - De Pion 3 4 - 4

Marc Naalden (1803) - Erik van Elven (1876) 0 - 1
Bo de Veth (1958) - Ad Bruijns (1654) 1 - 0
Ted van Eck (1826) - Henk Alberts (1621) 1 - 0
Christ de Veth (1568) - Bas Robben (1565) 1 - 0
Arco Schumacher (1759) - Jacques Smits (1563) ½ - ½
Frank Rockx (1586) - Kees van Hogeloon (1523) 0 - 1
Hans Ravestein (1526) - Jan Rijkse (1526) ½ - ½
Frans Jonkers (1037) - Peter Huijser (1597) 0 - 1

 

 

Laad meer